Rechtsgeleerdheid: afstudeerrichting Bedrijfsrecht (specialisatie Privaatrecht)

Privaatrecht: het recht tussen burgers onderling

Karakteristiek voor de afstudeerrichting Privaatrecht aan de ibw University is de rol die privaatrecht heeft in de maatschappij. Aandacht wordt besteed aan vraagstukken op o.a. het ondernemingsrecht? In hoeverre is de werkgeveraansprakelijk bij fysieke klachten? Welke bevoegdheid heeft een rechter voor een uitspraak over een in het buitenland gekochte auto? En welke zeggenschap heeft een aandeelhouder in een vennootschap?

Deze master leert je waar het in de commerciële rechtspraktijk werkelijk om draait. Academische docenten geven diepgravend onderwijs over de theorie en de law in action wordt aanstekelijk gedemonstreerd door praktijkdocenten. De nadruk ligt op o.a. ondernemingsrecht en financieel recht, maar ook contractenrecht en goederenrecht komen aan de orde. In het onderwijs staat steeds functie van het recht centraal: wat is de achtergrond van de regels, welke belangen spelen een rol bij het opstellen van die regels en wat is het gevolg van de toepassing ervan?

Algemene informatie over de master Bedrijfsrecht

• Taal : Nederlands
• Duur : 2 jaar (deeltijd)
• Collegegeld : US$ 3000,– per collegejaar (exclusief literatuur)
• Literatuur : US$ 600,– per jaar.
• Aanmelden : juli/ augustus/september (oktober-instroom)
november/december/ januari (februari-instroom)
• Startdatum : 1 oktober of 1 februari
• Vorm : deeltijd
• Vooropleiding : Bachelor in de Rechtsgeleerdheid

“Privaatrecht is het recht van alledag: de juridische kant van werk of iets kopen.”

De masteropleiding Bedrijfsrecht duurt twee jaar in deeltijd en vormt samen met de bachelor¬opleiding Rechtsgeleerdheid de klassieke juridische opleiding. Bedrijfsrecht is momenteel de enige afstudeer-richting binnen de master Rechtsgeleerdheid. De totale studiebelasting is 60 EC.

Afstuderen

De opleiding wordt afgesloten met een scriptie. Hiervoor wordt een onderwerp gekozen
dat aansluit op de afstudeerrichting. U wordt hierbij begeleid door een docent.
Op de cijferlijst staat de afstudeerrichting Bedrijfsrecht met als specialisatie Privaatrecht
vermeld.

Titel

Als je de masteropleiding Rechtsgeleerdheid afstudeerrichting Bedrijfsrecht (specialisatie Privaatrecht) met succes afrondt, mag je jezelf Master of Laws (afgekort tot LLM) noemen.

Het programma

Beeldbepalende vakken uitgelicht

Internationaal privaatrecht

Bij dit verplichte vak bestudeer je welk rechtsstelsel een internationale rechtsverhouding beheerst. Denk aan een (verbroken) overeenkomst. En je leert welke nationale rechter bevoegd is in een dergelijke situatie. Naast de verplichte-, verdiepingsvakken, en scriptie volg je binnen de afstudeerrichting ook een verdiepingsvak. Enkele voorbeelden van verdiepingsvakken:

Verdieping aansprakelijkheid en verzekering

Tijdens dit vak ontdek je de relatie tussen aansprakelijkheid en verzekering. Zo leer je welke rol verzekeringen spelen bij ziekten, brand en andere ongevallen.

Verdieping contractenrecht

Vind jij het belangrijk om jouw praktische en theoretische kennis over het contractenrecht te verdiepen? Dan is het vak Verdieping contractenrecht een goede keuze. Hierbij bespreek je onderwerpen zoals algemene voorwaarden en aanbesteding vanuit een rechtsvergelijkend perspectief.

Verdieping ondernemingsrecht

In dit vak wordt ingegaan op de modernisering van het ondernemingsrecht. Er zijn
wetsvoorstellen die grote gevolgen zullen hebben voor de personenvennootschappen,
de flexibilisering van het vennootschapsrecht, bestuur en toezicht in NV’s.

De opbouw van de master Rechtsgeleerdheid,
Afstudeerrichting Bedrijfsrecht met specialisatie Privaatrecht
is als volgt:

• 3 gebonden vakken (elk 6 EC)
• 1 verplicht vak: Internationaal Privaatrecht (6 EC)
• 1 verdiepend vak: Aansprakelijkheid & verzekering (12 EC)
• 2 integratievakken (6 EC)
• Stage (minimaal 6 EC)
• Scriptie (12 EC)

Vakbeschrijvingen

1. Gebonden vakken:

1.1. De civiele procedure in de praktijk

• Vakcode: R_Civprpr
• Periode: Periode 1
• Credits: 6.0
• Voertaal: Nederlands
• Faculteit: Faculteit der Rechtsgeleerdheid
• Lesmethode(n): Werkcollege
• Niveau: 400

Doel vak

Het vak heeft als leerdoel dat studenten meer inzicht krijgen in de
praktijk van de civiele procedure en meer zicht krijgen op hun eigen
toekomstige bijdrage als bedrijfsjurist aan conflictoplossing en
geschilbeslechting in de praktijk, bij de civiele rechter. De analyse en
oordeelsvorming van de civiele rechter staan centraal.

Een nevendoel van het vak is meer vertrouwd te raken met de gangbare
mondelinge en schriftelijke uitdrukkingsvaardigheid in de rechtspraktijk
door te oefenen met de toepassing van communicatietechnieken (comparitie
na antwoord) en schriftelijke uitdrukkingsvaardigheid (civiel vonnis).

Inhoud vak

De volgende onderwerpen worden bij het vak behandeld:

– De comparitie na antwoord in handelszaken
– Het civiele vonnis in handelszaken
– De rol van partijen en hun rechtsbijstandsverleners in civiele
procedures
– De regierol van de civiele rechter
– Stellen en bewijzen; afbakening van de rechtsstrijd
– Partijautonomie en waarheidsvinding
– De bemiddelende, conflictoplossende en geschilbeslechtende rol van de
civiele rechter
– De kunst van schikken en beslissen.

Dat gebeurt tegen de achtergrond van de praktijk van de civiele rechter.
Hoe analyseert een rechter een geschil? Hoe komt een rechter tot een
oordeel over een zaak? Wat is het blikveld van de rechter in feitelijke
instantie? Dat zijn belangrijke vragen voor wie werkzaam wil zijn in de
juridische beroepspraktijk. Dit vak gaat over feitenonderzoek,
conflictoplossing, oordeelsvorming en geschilbeslechting in civiele
procedures.

Studenten krijgen in het vak een introductie in dilemma’s van de rechter
in feitelijke instantie die een beslissing moet nemen in een civiele
(handels)zaak op tegenspraak. Hoe verbindt hij in zijn analyse en
besluitvorming in een zaak rechtsfeit, rechtsgrond en rechtsgevolg?
Hoe gaat hij om met het spanningsveld tussen partijautonomie en
waarheidsvinding? Hoe bewerkstelligt hij dat in een zaak recht wordt
gedaan aan de eisen van distributieve en procedurele rechtvaardigheid?
Welke mogelijkheden bieden het civiele vonnis en de comparitie na
antwoord voor conflictoplossing op maat?

Het vak is vooral bedoeld voor studenten die rechtsbijstand in civiele
procedures willen verlenen. Juist voor hen kan het nuttig zijn enig inzicht
te hebben in de wijze waarop civiele rechters zaken behandelen.

Het vak veronderstelt kennis van de theoretische aspecten van de civiele
procedure die in het bachelorvak burgerlijk procesrecht zijn behandeld.
Verder wordt, evenals in het vak Conflictoplossing, mediation en
onderhandelen, ernaar gestreefd de horizon van studenten te verbreden
door de betekenis van recht en juridische procedures te plaatsen in het
bredere kader van de manier waarop in de samenleving conflicten worden
voorkomen, ingeperkt en opgelost. Ook in dit vak gaat het niet alleen om
verwerving van kennis, maar evenzeer om ontwikkeling van een
professionele attitude die past bij de beroepsrol van rechter of
rechtsbijstandsverlener in een gejuridiseerde conflictsituatie.
De student verkrijgt meer inzicht in en kennis van het maken van een civiel
vonnis en de aanpak van een comparitie na antwoord, beide zowel
traditionele methoden van geschilbeslechting als moderne vormen van
conflictoplossing in een juridische context.

Toetsvorm

Schriftelijk tentamen en opdracht

Literatuur

M.J.A.M. Ahsmann, De weg naar het civiele vonnis,
Den Haag: Boom Juridische uitgevers, 2011

Overige literatuur wordt bekend gemaakt.

Overige informatie

Bij dit vak wordt door studenten natuurgetrouw geoefend met taken van de
civiele rechter. Bij het oefenen met een zitting (comparitie na antwoord)
zullen onder de studenten rollen worden verdeeld van rechter,
advocaat, partij, observant en publiek. Tijdens de oefening zal ook een
wisseling van rollen plaatsvinden. Ook bij de andere werkgroepbijeenkomsten
wordt echt geoefend met taken van de civiele rechter, waartoe stukken moeten
worden geschreven, voorbereide stukken moeten worden gepresenteerd,
deelname aan de discussies voorop staat, en dergelijke.

In acht werkcolleges wordt aan de hand van de verplichte literatuur en
bespreking van door de studenten uitgevoerde opdrachten ingegaan op de
hiervoor genoemde onderwerpen die in het vak worden behandeld.
Studenten schrijven zelf enkele (onderdelen van) civiele vonnissen met
behulp van de stof die in de werkcolleges wordt behandeld, zodat zij meer
vertrouwd raken met de analyse en oordeelsvorming van de civiele rechter.
Tijdens de nagespeelde comparitie na antwoord maken studenten actief kennis
met de geschilbeslechtende en bemiddelende rol van de civiele rechter en de
rol van rechtsbijstandverleners.

Deelname aan de werkcolleges is verplicht en onmisbaar bij het maken
van het tentamen (het schrijven van een vonnis). Het schrijven van een
vonnis wordt wel een ambacht genoemd. Het is niet uit boeken te leren.
Tijdens de werkcolleges wordt stapsgewijs met elkaar gewerkt aan het
leren schrijven van een vonnis. De huiswerkopdrachten zullen dan ook
doorgaans alleen klassikaal worden besproken.

Maximaal aantal deelnemers is 25.

De afgestudeerde master beschikt over een academisch werk- en denkniveau;
heeft diepgaande en specialistische kennis van en inzicht in minimaal één
deelgebied van het recht heeft inzicht in de samenhang tussen verschillende
onderdelen van het recht, met inbegrip van het nationale en internationale recht
De afgestudeerde master beschikt over de volgende (juridische) vaardigheden:

Analytische vaardigheden:

de juridische en maatschappelijke aspecten van een vraagstuk in hun
onderlinge samenhang beoordelen en daarover kritisch nadenken/oordelen
zich inzicht verschaffen in de problemen die zich bij rechtsvorming op
het gekozen deelgebied voordoen en een bijdrage leveren aan oplossing
daarvan een probleem vanuit verschillende deelgebieden op een integratieve
manier benaderen literatuur en juridische bronnen diepgaand analyseren en
Interpreteren en kritisch beschouwen (waar relevant ook in de Engelse taal,
waar relevant ook op nieuwe rechtsgebieden) rechtsregels afleiden uit concrete
gevallen (inductie).

Probleemoplossende vaardigheden:

complexe casus diepgaand analyseren en interpreteren en zelfstandig
juridische oplossingen aandragen
complexe juridische problemen onderkennen, analyseren en oplossen

Onderzoeks- en presentatievaardigheden:

met argumenten onderbouwde mening formuleren over een complex juridisch
probleem of een nieuwe ontwikkeling
actief deelnemen aan een wetenschappelijk debat op het deelgebied dat
het masterprogramma beslaat.

1.2. Ondernemingsrecht

• Vakcode: R_OndernM
• Periode: Periode 1
• Credits: 6.0
• Voertaal: Nederlands
• Lesmethode(n): Hoorcollege, Werkgroep
• Niveau: 400

Doel vak

Het vak biedt een integraal en diepgaand overzicht van het ondernemingsrecht
en sluit aan bij de beoefening van het ondernemingsrecht. De te behandelen
thema’s bieden gelegenheid voor verdieping en discussie van het ondernemingsrecht.

Inhoud vak

In het vak Ondernemingsrecht worden de volgende onderwerpen behandeld:
personenvennootschappen, NV i.o en bekrachtiging,
kapitaalbeschermingsregelingen, aansprakelijkheid van bestuurders,
financiële verslaggeving, herstructurering van ondernemingen,
medezeggenschap, concernrecht, besluitvorming en vertegenwoordiging
(gevolgen en beperkingen), enquêterecht, uitkoop en geschillenregeling,
beschermingsconstructies, structuurvennootschappen,
beursvennootschappen en recente ontwikkelingen aan de hand van
wetsvoorstellen en rechtspraak.

Toetsvorm

Schriftelijk tentamen

Literatuur

J.B. Huizink, Rechtspersoon, vennootschap en onderneming,
laatste druk, serie Studiereeks Burgerlijk Recht jurisprudentie.
eventueel aanvullend materiaal.
Overige informatie
voor de masterstudenten wordt een paper ingeleverd, bonuspunten oplevert.

De afgestudeerde master beschikt over een academisch werk- en denkniveau;
heeft diepgaande en specialistische kennis van en inzicht in minimaal
één deelgebied van het bedrijfsrecht
heeft inzicht in de samenhang tussen verschillende onderdelen van het
bedrijfsrecht, met inbegrip van het nationale en internationale recht.

De afgestudeerde master beschikt over de volgende (juridische) vaardigheden:

Analytische vaardigheden:

de juridische en maatschappelijke aspecten van een vraagstuk in hun
onderlinge samenhang beoordelen en daarover kritisch nadenken/oordelen
zich inzicht verschaffen in de problemen die zich bij rechtsvorming op
het gekozen deelgebied voordoen en een bijdrage leveren aan oplossing
daarvan
een probleem vanuit verschillende deelgebieden op een integratieve
manier benaderen
literatuur en juridische bronnen diepgaand analyseren en interpreteren
en kritisch beschouwen (waar relevant ook in de Engelse taal, waar
relevant ook op nieuwe rechtsgebieden)
rechtsregels afleiden uit concrete gevallen (inductie)

Probleemoplossende vaardigheden:

complexe casus diepgaand analyseren en interpreteren en zelfstandig
juridische oplossingen aandragen
complexe juridische problemen onderkennen, analyseren en oplossen

Onderzoeks- en presentatievaardigheden:

individueel een rechtswetenschappelijk onderzoek op academisch niveau
voorbereiden en uitvoeren (probleemstelling formuleren en afbakenen,
informatie verzamelen, gegevens interpreteren, conclusies trekken,
evalueren en aanbevelingen en suggesties doen voor verder onderzoek)
schriftelijk presenteren van een wetenschappelijk juridisch betoog
met argumenten onderbouwde mening formuleren over een complex
juridisch probleem of een nieuwe ontwikkeling
actief deelnemen aan een wetenschappelijk debat op het deelgebied dat
het masterprogramma beslaat.

1.3. Conflictoplossing, mediation en onderhandelen

• Vakcode: R_ConMO
• Periode: Periode 2
• Credits: 6.0
• Voertaal: Nederlands
• Faculteit: Faculteit der Rechtsgeleerdheid
• Lesmethode(n): Werkgroep, Hoorcollege
• Niveau: 400

Doel vak

Het vak Conflictoplossing, mediation en onderhandelen beoogt de horizon
van studenten te verbreden door de betekenis van recht en juridische
procedures te plaatsen in het bredere kader van de manier waarop in de
samenleving conflicten worden voorkomen, ingeperkt en opgelost. Daarbij
gaat het niet alleen om verwerving van kennis, maar ook om ontwikkeling
van een professionele attitude. Voor succesvolle toepassing van
juridische kennis en vaardigheden is immers een attitude vereist die
past bij de betreffende beroepsrol, of het nu gaat om het voeren van
contractsonderhandelingen, het adviseren en bijstaan van een cliënt of
het geven van een beslissing in een conflictsituatie.
In dit kader wordt inzicht verkregen in en kennis van de verhouding tussen
traditionele geschilbeslechting en andere conflictoplossingsmethoden
zoals mediation, van theoretische aspecten van conflictoplossing, mediation
en onderhandelen in een gejuridiseerde conflictsituatie en van de praktijk van
conflictoplossing, mediation en onderhandelen.
Een nevendoel van het vak is meer vertrouwd te raken met de gangbare
mondelinge en schriftelijke uitdrukkingsvaardigheid in de rechtspraktijk.
Door middel van bijvoorbeeld rollenspellen wordt geoefend met de
toepassing van communicatie-, mediation- en onderhandelingstechnieken
en met de advisering van een cliënt of rechtzoekende bij de keuze van een
conflictoplossingsmethode.

Inhoud vak

Het vak bestaat uit verschillende onderdelen die nauw met elkaar samenhangen.
In de eerste plaats wordt ingegaan op de verschillende methoden van conflict-
oplossing, zoals mediation, bindend advies, arbitrage en geschilbeslechting door
de rechter en het gebruik daarvan, binnen verschillende rechtsgebieden,
zoals in civiele zaken (handelszaken) en bestuursrechtelijke zaken.
Voor de keuze van de meest passende conflictoplossingsmethode is het
belangrijk om inzicht te hebben in de verschillende aspecten van het conflict.

In de tweede plaats wordt dan ook aandacht besteed aan conflictanalyse en
conflictdiagnose. Voorts komen communicatieve aspecten van conflict-
oplossing aan de orde en theoretische aspecten van onderhandelen in een
conflict dat mede juridisch van aard is. Hierbij wordt onder meer ingegaan
op ‘Harvard-onderhandelen’.

Tot slot gaat het om praktische aspecten van communicatie-, mediation-
en onderhandelingstechnieken, die tijdens de actieve werkgroepen
behandeld en geoefend worden.

Toetsvorm

Geroosterd schriftelijk tentamen

Literatuur

A.F.M. Brenninkmeijer e.a. (red.), Handboek Mediation,
Den Haag: Sdu Uitgevers, laatste druk.

R. Fisher, W. Ury & B. Patton (Harvard Negotiation Project),
Excellent onderhandelen, Amsterdam/Antwerpen: Business Contact, laatste druk.

Overige informatie: zie 1.2
1.4. International Trade and Investment Law

• Vakcode: R_IntTIL
• Periode: Periode 2
• Credits: 6.0
• Faculteit: Faculteit der Rechtsgeleerdheid
• Lesmethode(n): Hoorcollege
• Niveau: 400

Doel vak

The course contributes to all intended learning outcomes of the IBL programme.

Inhoud vak

The course focuses on principles and rules that govern the world trading
system and foreign direct investments. Students successfully completing
the course should be able to understand relevant principles and rules,
and solve legal problems in the field of international trade and
investment relations.

Subjects covered are:

Economic globalisation, Sources and interpretation of International
Economic Law, Relationship with Environment/Human Rights and other
societal interests, interface between trade, investment and money, WTO
Membership, Covered agreements GATT, GATS, TRIPS, DSU, accession
protocols, Trade negotiating rounds, Principles of trade liberalization,
GATT and GATS comparison, MFN and NT /concept of ‘like’ product,
Preferential treatment of DCs, Exceptions to MFN/NT, General/ Security
exceptions, Safeguard measures, BoP measures, GSP schedules, SPS and
TBT, principles of investment law.

Onderwijsvorm

Students are expected to read the assigned literature in advance.
Literature consists of reading materials and lecture notes. Students
will need to study for 200 hours in total: overhead / classes / comments
/ assignments / literature.
Class attendance is mandatory.
Absent students (due to illness or other force majeur) must inform the
course coordinator by email.

A maximum of 25 students can participate in the course.

Toetsvorm

Each student can acquire up to 100 points. The course will be evaluated
by three assignments. Assignments must be on paper before the class/date
indicated in the schedule below. There will be a written exam.

Criteria for grading your writings are:

– Problem statement and conclusion;
– Argumentation supported by legal sources;
– Structure in sections and paragraphs;
– Creativity;
– Conciseness and being to-the-point;
– Use of language.

Literatuur

– Simon Lester and Bryan Mercurio, World Trade Law,
Text, Materials and Commentary, Hart Publishing 2008.

Overige informatie: zie 1.2

2. Verplichte – verdiepende vakken

2.1.Internationaal privaatrecht

• Vakcode: R_Int.privI
• Periode: Periode 3
• Credits: 6.0
• Voertaal: Nederlands
• Faculteit: Faculteit der Rechtsgeleerdheid
• Lesmethode(n): Hoorcollege, Werkcollege
• Niveau: 500

Doel vak

Het oplossen van internationale problemen van privaatrechtelijke aard,
waarbij meerdere rechtsstelsels voor toepassing in aanmerking komen.

Inhoud vak

Het vak Internationaal privaatrecht (IPR) houdt zich bezig met de vraag
welk recht van toepassing is op privaatrechtelijke verhoudingen met
internationale elementen, waarbij meerdere rechtsstelsels voor
toepassing in aanmerking komen. Voorts rijst de vraag of aan de
Surinaamse rechter de bevoegdheid toekomt om kennis te nemen van
geschillen omtrent dergelijke verhoudingen, dan wel of een buitenlands
vonnis in Suriname voor erkenning en tenuitvoerlegging in aanmerking
komt. Verdragen en o.a. EG-Verordeningen vormen een belangrijke bron
van IPR. Daarnaast blijft de bron van het ongeschreven recht, tot uitdrukking
komend in de rechtspraak, van belang.

Toetsvorm

Schriftelijk tentamen

Literatuur

Internationaal Privaatrecht, Verordeningen, Verdragen en Wetten,
uitgaveT.M.C. Asser Instituut/Stichting Ars Aequi;

Internationaal Privaatrecht, Rechtspraak, uitgave T.M.C. Asser Instituut;

L. Strikwerda, Inleiding tot het internationaal privaatrecht,
10e druk, Kluwer: Deventer 2012;

2.2. Verdieping aansprakelijkheid en verzekering

• Vakcode: R_Verd.av
• Periode: Periode 4
• Credits: 12.0
• Voertaal: Nederlands
• Faculteit: Faculteit der Rechtsgeleerdheid
• Lesmethode(n): Hoorcollege
• Niveau: 500

Doel vak
Het vak heeft als leerdoelen:

– het verkrijgen van inzicht in de samenhang tussen het
aansprakelijkheidsrecht en het verzekeringsrecht
– het diepgaand begrijpen en analyseren van wetgeving en rechtspraak op
beide rechtsgebieden
– het toepassen van wetgeving en rechtspraak op concrete gevallen

Inhoud vak

Onderdeel (Capita) Aansprakelijkheidsrecht:
– werkgeversaansprakelijkheid (arbeidsongevallen en beroepsziekten)
– causaliteit; omkeringsregel; proportionele aansprakelijkheid
– letselschade; schadevergoeding; smartengeld
– massaschade

Onderdeel Verzekeringsrecht:
– definitie verzekeringsovereenkomst
– verplichtingen van de verzekerde; mededelingsplicht; premiebetaling
– meervoudige verzekering; causaliteit
– verzekerde som; verzekerde waarde; schadevergoeding
– directe actie

Toetsvorm

Schriftelijk tentamen en paper

Literatuur

– Onderdeel (Capita) aansprakelijkheidsrecht: wordt nader bekend gemaakt
– Onderdeel verzekeringsrecht:
J.H. Wansink, N. van Tiggele-van der Velde en F.R. Salomons, Mr. C. Asser’s:
Handleiding tot de beoefening van het burgerlijk recht,
Bijzondere overeenkomsten, Deel 7-IX* :Verzekering, Kluwer Deventer, 2012

3. Integratievakken

3.1 Aanbestedingsrecht

• Vakcode: R_Aanb.r
• Periode: Periode 5
• Credits: 6.0
• Voertaal: Nederlands
• Lesmethode(n): Hoorcollege
• Niveau: 500

Doel vak

Studenten die dit vak met succes hebben afgerond, kunnen
(1) de bronnen van het nationaal aanbestedingsrecht opsommen,
herkennen, toelichten en hanteren;
(2) antwoord geven op de vraag of een overheidsinstantie verplicht
is een bepaalde opdracht aan te besteden;
(3) antwoord geven op de vraag welke aanbestedingsprocedure de
overheidsinstantie in dat geval mag hanteren;
(4) antwoord geven op de vraag hoe die procedure moet worden
voorbereid, ingericht en afgewikkeld;
(5) antwoord geven op de vraag of – en zo ja, welke? –
rechtsmiddelen een onderneming kan instellen in het geval een
aanbesteder zijn aanbestedingsrechtelijke verplichtingen
(beweerdelijk) niet naleeft.

Inhoud vak

De thema’s die in het vak aan bod komen, zijn:
(1) Inleiding en bronnen van aanbestedingsrecht;
(2) Aanbestedingsplichtige entiteiten;
(3) Aanbestedingsplichtige opdrachten;
(4) Aanbestedingsprocedures en opdrachtspecificaties;
(5) Uitsluitingsgronden; kwalitatieve geschiktheidseisen
en (nadere) selectiecriteria;
(6) Gunningscriteria en gunningsfase; en
(7) Rechtsbescherming.

Toetsvorm

Schriftelijk tentamen

Literatuur

E.H. Pijnacker Hordijk, G.W. van der Ben en J.F. van Nouhuys,
Aanbestedingsrecht, handboek van het aanbestedingsrecht, SDU, 5e druk 2014.

G.W.A. van de Meent en A. Stellingwerff Beintema (red.),
Aanbestedingsrecht. Basisteksten, tweede editie, 2013-2015, Ars Aequi, 2013.

3.2. Rechtssociologie en rechtspleging

• Vakcode: R_R.soc.rpl
• Periode: Periode 6
• Credits: 6.0
• Voertaal: Nederlands
• Faculteit: Faculteit der Rechtsgeleerdheid
• Lesmethode(n): Hoorcollege
• Niveau: 500

Doel vak

Het vak bevordert de academische vorming van de student door het
sociaalwetenschappelijk denken en handelen te onderwijzen op basis van
colleges en literatuur. Dit heeft in het bijzonder betrekking op het
leren om het (functioneren van) recht en juridische vraagstukken te zien
in een bredere maatschappelijke context. Wat is de feitelijke werking
van het recht?

Inhoud vak

In het eerste deel van het vak wordt de sociaalwetenschappelijke
benadering verkend: wat is het, waarin verschilt het van een juridische
benadering, wat is de sociale werking van recht, wat zijn de
maatschappelijke effecten van wetgeving en rechtspraak? Wat doen
mensen als zij tegen een juridisch probleem aanlopen? Wat heeft een
jurist aan deze kennis? In het tweede deel van het vak staat de rechtspleging
centraal. Is de rechtspraak bij de tijd? Worden geschillen op een goede
manier berecht en beslecht? Welke ontwikkelingen spelen zich af in de
juridische beroepen en de rechtspraak? Wat vinden betrokkenen (zoals
partijen, advocaten) van de juridische procedures waarmee zij te maken
krijgen? Hoe staat het met het vertrouwen in de rechtspraak?

Toetsvorm

Schriftelijk tentamen

Literatuur

Een selectie uit ‘De sociale werking van recht’,
J. Griffiths en H. Weyers (red.), Ars Aequi Libri, 2011

‘Recht van onderop. Antwoorden uit de rechtssociologie’,
Marc Hertogh en Heleen Weyers (red.), Ars Aequi Libri, 2012

Programma structuur

Het programma omvat algemeen verplichte onderdelen met een totale studielast
van 60 studiepunten, gedurende zes perioden.

General programme structure

The design is based on the following general programme structure (60 credits):

Period 1 (Oct-Nov)
[table “” not found /]
Period 2 (Feb-March)
[table “” not found /]
Period 3 (May-June)
[table “” not found /]
Period 4 (Oct-Nov)
[table “” not found /]
Period 5 (Feb-March)
[table “” not found /]
Period 6 (May-June)
[table “” not found /]